Waarom we sommige wetten naleven zonder dwang, maar andere niet
Content changed
Changes
Wat houdt ons op het rechte pad? (Foto: Pablo Esteban (Pixabay))
Wetten zonder handhaving ‘hebben geen tanden’, zegt men — en dat geldt zeker voor het internationaal recht. Toch leerden mensen al lang vóór er formele wetten bestonden succesvol samen te werken. Hoe zit dat eigenlijk?
Het abstracte begrip ‘internationaal recht’ zit de laatste tijd opvallend vaak in het nieuws. Het kreeg recent al wat aandacht toen Rusland de Krim annexeerde en opnieuw toen het Oekraïne binnenviel. Maar nu, in amper een jaar tijd, worden de VS herhaaldelijk beschuldigd van schendingen: aanvallen op bootjes die naar men beweert drugs vervoerden, de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro , dreigementen om Groenland binnen te vallen, en meest recent de aanval op Iran. Naast de protesten tegen dit alles horen we ook verontwaardigde commentaren over de tandeloosheid van dat internationale recht: landen kunnen het naar eigen goeddunken negeren, ongehinderd door enige vorm van handhaving.
Landen kunnen het internationale recht naar eigen goeddunken negeren, ongehinderd door enige vorm van handhaving
De econoom Gary Becker stelde dat criminelen rationeel de verwachte kosten en baten van een misdrijf afwegen. Dat is een duidelijk argument vóór handhaving: wie misdaad wil terugdringen, moet overtredingen voldoende kostelijk maken. Maar is dat werkelijk het probleem?
Het valt moeilijk te geloven dat jij en ik enkel door het handhaven van de wet worden weerhouden van crimineel gedrag. Als dat niet nodig is om de meesten van ons te verhinderen op het werk met onze uitgavendeclaraties te sjoemelen of kantoorspullen te jatten, Netflix op te lichten of na te laten artikelen te scannen in de supermarkt, dan is het ook niet de reden waarom we geen winkels overvallen, mensen in elkaar slaan of drugs dealen. Gewone mensen houden zich dus gewoonlijk aan gewone wetten zonder dat ze daartoe worden gedwongen. En toch wordt het gebrek aan handhaving aangewezen als de reden waarom leiders van landen het internationaal recht aan hun laars lappen. Is dat niet vreemd?
Ik zou alles doen voor mijn reputatie, zelfs gehoorzamen aan de wet. (Foto: Kyraxys (Pixabay))
Goed gedrag zonder dwang
Wat houdt ons dan wél op het rechte pad, als het niet handhaving is? Onderzoek van Dorsa Amir en collega’s uitgevoerd in diverse samenlevingen — van stedelijk Amerika tot landelijk Oeganda en een gemeenschap van jagers en tuinbouwers in Ecuador — toonde aan dat kinderen van 5 jaar al coöperatief gedrag vertonen en morele normen hanteren rond eerlijkheid, betrouwbaarheid, vergevingsgezindheid en rechtvaardigheid. Dit suggereert dat we allemaal worden geboren met het vermogen morele oordelen te vormen, en met een rudimentair moreel kompas. Volgens de studie wordt dat kompas stilaan verder bijgewerkt zodat het vanaf het midden van de kindertijd aansluit bij de collectieve sociale normen van de gemeenschap.
Naarmate we ouder worden, wordt dit nog verder verfijnd tot een kenmerkende morele identiteit — religieus, seculier of beide — die zichtbaar wordt in ons gedrag en die tegelijk ons gedrag tracht te beschermen. Binnen onze samenlevingen behoren we tot meerdere groepen — schoolklassen, vriendengroepen, collega's, en zelfs landen — die typisch verwachten (of zelfs vereisen) dat hun eigen normen worden nageleefd.
Verschillende mechanismen helpen ons daarbij. Eén ervan is onze reputatie, voor leden van een 'stam' een bijzonder waardevol bezit, dat je vrijwaart door je naar de heersende normen te schikken. Een ander mechanisme is het vermogen om schaamte te voelen wanneer we een norm schenden — zelfs als niemand ons ziet. Maar het meest robuuste is misschien wel de uitdieping van de morele intuïties waarmee we worden geboren. Adam Smith schrijft in de Theory of Moral Sentiments over “ the inhabitant of the breas” ' — een onpartijdige toeschouwer die over onze schouder meekijkt. Dit personage helpt ons te beantwoorden aan ons verlangen ‘beminnelijk’ te zijn — geliefd en bewonderd.
De morele intuïties die op individueel niveau zo betrouwbaar werken, lijken op grotere schaal volledig hun greep te verliezen
Waarom werkt dit dan niet voor internationaal recht? We zijn nog wel een eind verwijderd van wereldwijde anarchie, maar de gestage stroom van ‘onwettige’ gewapende conflicten geeft aan dat er iets grondig hapert. Speelt het verschil tussen handelen als individu en als staatshoofd een rol? Misschien hebben mensen die gebrand zijn op die toppositie, en ze uiteindelijk bereiken, disproportioneel een persoonlijkheid die sneller geneigd is regels te overtreden wanneer die ongelegen komen.
Maar zoals men zegt: de kleren maken de man — en mogelijk speelt ook dat mee. De rol van opperbevelhebber op zich nemen kan heel verschillende reacties teweegbrengen. Sommigen voelen het als een verheven roeping en beschouwen hun plicht tegenover hun land, of zelfs tegenover de ‘vrije wereld’, als een hogere autoriteit dan dat ‘internationaal recht’. Anderen zien er een kans in om nieuwverworven macht uit te buiten — bij gebrek aan handhaving, met eigenbelang als drijfveer. Net als een peuter die plotseling toegang heeft tot de verboden wereld van moeders make-updoos, testen ze de grenzen van hun macht — niet alleen in het internationaal recht, maar ook dichter bij huis. Toch voelen deze op het individu gerichte verklaringen onvolledig aan. De morele intuïties die op individueel niveau zo betrouwbaar werken, lijken op grotere schaal volledig hun greep te verliezen.
Even de grenzen van mijn nieuwverworven macht aan het testen. (Foto: Eric Ward/Flickr CC BY NC SA 2.0)
Verlaten door de evolutie
In de manier waarop we onze morele intuïties hebben verworven, schuilt een mogelijk nog fundamentelere reden voor dit verschil. Het is ronduit opmerkelijk hoe natuurlijke selectie onze moraal heeft gevormd op een manier die eigenbelang en coöperatieve neigingen met elkaar in evenwicht houdt. Onze eigen voorouders waren beter in het samenwerken dan andere individuen, en de stammen waartoe zij behoorden waren coöperatiever dan andere stammen. Omdat hen dat succesvoller maakte in overleven en voortplanting, zetten zij zich door ten koste van de minder coöperatieven — en zo werden die eigenschappen van generatie op generatie doorgegeven. Dát is waarom menselijke samenlevingen functioneren met veel minder handhaving van regels dan anders nodig zou zijn. Maar op mondiaal niveau zien we daarvan weinig terug. Is dat niet vreemd?
Voor het eerst in ons bestaan kunnen we niet op de evolutie rekenen om uit te zoeken wat het beste is
Evolutie voert als het ware continu A/B-tests uit — rivaliserende varianten van hetzelfde organisme concurreren in dezelfde omgeving, en wie beter is aangepast haalt het. Maar daarvoor moeten er concurrerende varianten zijn, die met elkaar kunnen worden vergeleken. Op mondiaal niveau bestaat er echter geen andere planeet, met een andere verzameling van landen — oorlogszuchtiger of vreedzamer, meer op nulsomdenken of meer op supranationale samenwerking gericht — om uit te maken welke combinatie het best presteert in de strijd om schaarse middelen. Er is maar een enkele eenheid, en daarop heeft de evolutie geen greep.
Welke aanpak is ‘fitter’ voor onze soort: heldere supranationale normen, gehandhaafd waar nodig, of de wet van de jungle, waarin de grootste en sterkste de plak zwaaien, ongeacht welke principes dan ook? We kunnen de uitkomst niet inschatten van een evolutionair proces dat niet alleen niet heeft plaatsgevonden, maar ook niet kan plaatsvinden. We kunnen weliswaar morele oordelen vellen die samenwerking bevoordelen, maar de morele instincten om de uitdagingen op planetaire schaal aan te kunnen, hebben we niet ontwikkeld. Voor het eerst in ons bestaan kunnen we niet op de evolutie rekenen om uit te zoeken wat het beste is.
We staan er alleen voor, en we kunnen alleen maar hopen dat we het goed doen.
Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatiePieter Beck 20-ontwikkeling, met03-2026
Boudry en Duyck verraden eigen principes in verdediging ‘rassenrealist’
Maarten Boudry en Wouter Duyck breken een fascinatielans voor menselijk gedragde pseudowetenschapper Nathan Cofnas.
Nina Henkens 20-03-2026
Straatintimidatie door militairen: veiligheid is geen zero-sum game
"Toen ik opnieuw op de grens tussen het rationele en het irrationelefiets zat, was ik bang om in mijn rug geschoten te worden.
LEES OOK"
Koen Smets 10-03-2026
Wie de wanneer-vraag beantwoordt, wint aan overtuigingskracht
Eén simpele vraag legt de kracht van onze redenering bloot.
NewsDiff